Green

"Green" in Dutch

een groentje

(inexperienced)

groen

(having green as its colour)

groen

(environmentally friendly)

groene

(environmentally friendly)

onervaren

(inexperienced)

groen

(colour)

groene

(member of a green party)

groene jongen

(member of a green party)

vergroenen

(make (something) green)

Data sourced from Wiktionary, WordNet, CMU, and other open linguistic databases. Updated March 2026.