Waste

"Waste" in Dutch

braakliggend

(barren)

overtollig

(excess)

woest

(barren)

afval

(useless by-products, garbage)

rommel

(useless by-products, garbage)

verkwisting

(action of wasting, ineffective use)

verspilling

(action of wasting, ineffective use)

verval

(gradual loss or decay)

vuil

(useless by-products, garbage)

wegkwijning

(gradual loss or decay)

woestenij

(wasteland, desolate region)

koud maken

(slang: to kill)

verdoen

(to squander)

verklungelen

(to squander)

verkwisten

(to squander)

vermorsen

(to squander)

verspillen

(to squander)

verwoesten

(to destroy — see also devastate, lay waste)

verzwakken

(to weaken)

wegkwijnen

(to weaken)

Data sourced from Wiktionary, WordNet, CMU, and other open linguistic databases. Updated March 2026.